Dienstbaarheid staat voorop

Na de middelbare school heb ik eerst gewerkt als beleidsambtenaar bij de provincie. Uiteraard heb ik daarvoor alle opleidingen gevolgd. Hoger Bestuursambtenaar is een nog steeds gewaardeerd diploma voor de overheidspraktijk. Met dat diploma ontsluiten zich veel beleidsterreinen en vooral de juridische finesses ervan. Ik beheers die terreinen nog steeds, vooral door verdergaande studie en specialisatie. Dank daarbij aan planologie, ruimtelijke ordening, milieurecht (vergunningen, afvalstoffen), ambtenarenrecht en uiteraard de Algemene wet bestuursrecht. Als adviseur van het College van Gedeputeerde Staten heb ik veel geleerd: hoe politieke colleges denken en doen (daar zit nogal eens verschil in). Ik heb na 3,5 jaar de rechtenstudie afgerond bij de Erasmus-universiteit. Ik heb mij in 1987 laten inschrijven als advocaat bij de balie van de rechtbank Middelburg.

Als advocaat behandelde ik eerst natuurlijk zaken waarvoor ik bij de overheid specialistische kennis had opgedaan. Het totale terrein van het bestuursrecht (ruimtelijke ordening, planologie, milieuzaken, uitkeringsrechten, zaken tegen het UWV en Wet werk en bijstand) is een terrein waarmee ons kantoor in de regio nog steeds een belangrijke positie heeft. Het ambtenarenrecht hoort ook bij deze cluster. Ook nu behandel ik nog steeds ontslag- en integriteitskwesties bij de overheid, onder andere douane en politie.

In de jaren ’90 is de advocatenpraktijk uitgebreid met de behandeling van strafzaken. Eerst strafzaken die verband houden met de overheid. Denk daarbij aan afvalstoffen, overtredingen van milieuwetgeving, (zware) ongevallen. In het verlengde daarvan diende zich een nieuw specialisme aan, namelijk het terrein van handel in beschermde diersoorten. Ons kantoor behandelt nog steeds grote dossiers op het terrein van de dierenhandel. De grootste importeurs ter wereld kennen de weg naar ons kantoor. Dit is zeer specialistisch werk. Ik ben er trots op dat mijn dochter, Natasja Wouters, dit hele ingewikkelde terrein volledig beheerst en een geduchte tegenstander is van het Openbaar Ministerie. Het gaat vaak om jarenlange onderzoeken met inzet van veel menskracht en als advocaat sta je dan toch vaak alleen. Althans, zo lijkt het, want je staat als advocaat nooit alleen als je gewapend bent met alle kennis die nodig is om de officier van justitie tegengas te geven.

Naast de rechtsterreinen die ik al noemde is ons kantoor ook uitgebreid met de behandeling van echtscheidingen en familierecht en de civiele praktijk. Zo trots als ik ben op mijn dochter, ben ik dat ook op mijn zoon Rinus. Hij is advocaat en fiscalist en beheerst het terrein van het alimentatierecht en echtscheidingen met ingewikkelde vermogensverdelingen als geen ander. Ook behandelt hij de civiele zaken op ons kantoor.

Zelf ben ik nog werkzaam op het terrein van het arbeidsrecht, vooral het ontslagrecht. Ik adviseer werkgevers en particulieren bij ontslagen en transitievergoedingen. In het bijzonder de uitzendbranche, detachering en pay-rolling kennen de weg naar ons kantoor.

In het jaar 2000 heb ik een time-out genomen om een jaar klassieke talen te studeren. Dat is gelukt en met de afronding daarvan had ik het gymnasium-diploma op zak. De klassieke talen hebben nog altijd mijn bijzondere interesse (bijbels hebreeuws en grieks en latijn). Dit diploma was een voorbereiding voor de studie godgeleerdheid, die ik afrondde bij de Universiteit van Utrecht. Daarna heb ik de predikantenopleiding behaald aan de Protestantse Theologische Universiteit. Dat resulteerde in een tweede beroep (eigenlijk ‘ambt’), dat van predikant.

Ambtenaar, advocaat en predikant. Beroepen waarin ‘dienstbaarheid’ centraal staat. Vandaar mijn devies: dienstbaar en vasthoudend. Dienstbaar aan de cliënt en vasthoudend. De vasthoudendheid blijkt uit het curriculum vitae: als je aan iets begint, bijvoorbeeld een studie, maak je die af! Ook in mijn advocatenpraktijk geef ik zelden een zaak op, tenzij ik met de cliënt tot de conclusie kom dat de uiterste grens bereikt is en verdere inspanningen zinloos zijn. Dat is ook de reden dat ik een hoger beroep zelden uit de weg ga. In meer dan 50% van de zaken blijkt dat in onze praktijk succesvol.